1-1-1970 (Unix Epoch), 1-1-2000 (Y2K) en 19-1-2038 (Epochalypse). Zomaar wat data die je waarschijnlijk herkent als je al wat langer in de IT werkt.
Daar komt er eentje bij: 27 oktober 2027.
Op die datum bereikt VMware vSphere 8 het einde van General Support. Dat klinkt misschien nog ver weg, maar voor organisaties die hun infrastructuur de komende jaren willen vernieuwen of juist langer willen gebruiken, is 2027 ineens verrassend dichtbij.

Zeker omdat er sinds de overname van VMware door Broadcom meer is veranderd dan alleen een versienummer.
De vraag is:
Wil je automatisch meegaan met de roadmap van VMware, of is dit het moment om opnieuw te bepalen welk virtualisatieplatform bij jouw organisatie past?
Wat verandert er op 27 oktober 2027?
Veel organisaties maken vandaag nog gebruik van VMware vSphere 8. Sinds de overname door Broadcom zijn de licentiemodellen flink aangepast en worden klanten aangemoedigd om over te stappen naar versie 9 en de bijbehorende Foundation-bundels.
Wie daar nog niet aan toe is, kan voorlopig op versie 8 blijven met Standard- of Enterprise-licenties.
Maar op 27 oktober 2027 bereikt vSphere 8 End of General Support. Vanaf dat moment verandert de ondersteuning en worden er volgens de huidige voorwaarden geen reguliere securitypatches en bugfixes meer uitgebracht.
Voor organisaties die op een volledig ondersteund virtualisatieplatform willen blijven draaien, ontstaat daarmee een logisch beslismoment.
Je kunt upgraden naar vSphere 9.
Maar je kunt jezelf ook eerst een andere vraag stellen: als we toch moeten veranderen, zouden we vandaag opnieuw voor VMware kiezen?
Wat kost doorgaan met VMware?
Vooral voor kleinere VMware-omgevingen kunnen de gewijzigde licentiemodellen een flinke financiële impact hebben.
De VMware vSphere Foundation-licentie ligt volgens de huidige prijsstelling aanzienlijk hoger dan de bestaande Standard-licentie. Daar komt een minimale afname van 72 cores bij.
Voor grotere omgevingen die al Enterprise-licenties gebruiken en minimaal 72 cores afnemen, kan die verandering nog te overzien zijn.
Maar neem een MKB-organisatie met twee of drie servers en 32 tot 48 cores. Volgens onze berekening kunnen de jaarlijkse licentiekosten daar met ongeveer €9.000 tot €12.000 per jaar toenemen.
Dat is geen kleine prijswijziging meer. Dan wordt het interessant om verder te kijken dan alleen de volgende VMware-versie.
Niet omdat VMware ineens een slecht product is. Integendeel. Maar omdat een goede infrastructuurkeuze begint bij wat jouw organisatie nodig heeft, niet bij wat de roadmap van een leverancier voorschrijft.
Kijk verder dan alleen licentiekosten
De fout die je hierbij makkelijk kunt maken, is alleen naar de prijs per core kijken.
Virtualisatie is geen Excel-oefening.
Een goedkoper platform kan uiteindelijk duurder uitvallen wanneer je extra beheerkennis nodig hebt, migraties ingewikkelder worden of support niet aansluit bij de beschikbaarheidseisen van je organisatie.
Andersom kan een duurder licentiemodel moeilijk te verdedigen zijn als je betaalt voor functionaliteit die je nauwelijks gebruikt.
Wij zouden daarom minimaal naar deze vragen kijken:
- Wat betalen we de komende drie tot vijf jaar aan licenties en support?
- Kunnen we onze bestaande servers en storage blijven gebruiken?
- Welke kennis heeft ons IT-team nodig om het platform te beheren?
- Hoe zijn support en escalaties geregeld?
- Welke functionaliteit gebruiken we daadwerkelijk?
- Hoe complex is een migratie vanuit VMware?
- Hoe afhankelijk worden we van één leverancier?
- En misschien wel de belangrijkste: hoeveel keuzevrijheid houden we over?

Welke alternatieven zijn er voor VMware?
Wie besluit verder te kijken, heeft verschillende opties. Denk bijvoorbeeld aan Nutanix, Microsoft Hyper-V en open source-platformen zoals Proxmox.
Geen van die oplossingen is automatisch beter of slechter dan VMware. Ze hebben ieder hun eigen sterke en zwakke punten.
Nutanix
Nutanix is al jarenlang een grote speler binnen de hyperconverged infrastructuurmarkt en biedt een volwassen virtualisatieplatform.
Daar staat tegenover dat de licentiekosten volgens onze vergelijking in dezelfde orde liggen als de Foundation-licenties van VMware.
Als kostenbesparing de belangrijkste reden is om VMware opnieuw te beoordelen, ligt Nutanix daarom niet altijd voor de hand.
Microsoft Hyper-V
Hyper-V is onderdeel van Windows Server en daardoor financieel interessant voor organisaties die deze licenties al gebruiken. Ook is Windows-kennis vaak al aanwezig. Die vertrouwdheid kan echter misleidend zijn: het beheren van een bedrijfskritisch virtualisatieplatform vraagt meer dan regulier Windows-beheer. Daarnaast zet Microsoft sterk in op Azure en Azure Local, waardoor ook de langetermijnstrategie een belangrijk onderdeel van de afweging is.
Proxmox
Een alternatief waar steeds meer organisaties naar kijken, is Proxmox.
Proxmox is gebaseerd op KVM en biedt functionaliteiten zoals High Availability en live migration. Met Proxmox Datacenter Manager is bovendien centraal beheer van meerdere clusters mogelijk.
Ook prijstechnisch kan Proxmox aantrekkelijk zijn.
Daar staan aandachtspunten tegenover.
Proxmox is gebaseerd op Linux. Veel dagelijkse beheertaken kunnen prima vanuit de GUI worden uitgevoerd, maar voor complexere troubleshooting kan Linux-kennis nodig zijn.
Ook support en hardwarecompatibiliteit verdienen aandacht. Zeker wanneer het virtualisatieplatform bedrijfskritische workloads moet draaien, wil je vooraf precies weten welke garanties je krijgt en wie je om drie uur ’s nachts belt als het misgaat.
Voor sommige organisaties is Proxmox daardoor een uitstekende keuze. Voor andere organisaties wegen deze punten zwaarder.
En juist daar ontstaat ruimte voor een andere interessante optie.
HPE VM Essentials als alternatief
HPE Morpheus VM Essentials, kortweg HPE VME, combineert een KVM-gebaseerde hypervisor met een centrale beheeromgeving.
Morpheus werd oorspronkelijk ontwikkeld als platform voor het beheren van verschillende private cloudomgevingen. Inmiddels biedt HPE met VM Essentials ook een eigen virtualisatieplatform.
Wat wij interessant vinden aan VME, is niet alleen de hypervisor zelf.
Het is vooral de combinatie van keuzevrijheid, beheer en enterprise support.
Zo kan VME zowel VMware- als VME-omgevingen vanuit één beheerplatform beheren. Dat kan interessant zijn voor organisaties die niet in één grote beweging van VMware af willen, maar gecontroleerd willen migreren.
Daarnaast biedt HPE wereldwijde support en is er een Hardware Compatibility List waarop ook hardware van andere fabrikanten voorkomt. Je hoeft dus niet automatisch je bestaande infrastructuur te vervangen omdat je voor HPE VME kiest.
Ook beschikt het platform over tooling om virtuele machines vanuit VMware naar HPE VME te migreren.
Dat maakt een gefaseerde overstap mogelijk.
Is HPE VM Essentials dan voor iedereen de beste keuze?
Nee.
En dat zou ook een vreemde conclusie zijn.
Heb je een grote VMware-omgeving, gebruikt je organisatie specifieke VMware-functionaliteit intensief en is de businesscase voor vSphere 9 prima? Dan kan blijven bij VMware heel logisch zijn.
Heb je veel Linux-kennis in huis en wil je maximale flexibiliteit tegen relatief lage licentiekosten? Dan verdient Proxmox serieus onderzoek.
Zit je organisatie al diep in het Microsoft-ecosysteem? Dan kan Hyper-V juist interessant zijn.
HPE VM Essentials wordt vooral interessant wanneer je een enterprise virtualisatieplatform zoekt, bestaande infrastructuur wilt blijven benutten, behoefte hebt aan professionele support en tegelijkertijd minder afhankelijk wilt worden van VMware.
De juiste keuze begint dus niet bij het logo op de hypervisor.
Die begint bij je eigen infrastructuur, mensen, budget en plannen voor de komende jaren.
2027 klinkt ver weg. Voor een infrastructuurmigratie is het dat niet.
Je hoeft morgen niet van VMware af.
Sterker nog, misschien hoef je er helemaal niet vanaf.
Maar als je vandaag op vSphere 8 draait, is dit wel het moment om de discussie te beginnen.
Wat kost doorgaan met VMware de komende jaren? Welke hardware wil je behouden? Welke functionaliteit gebruik je echt? Welke alternatieven passen daarbij? En hoeveel afhankelijkheid van één leverancier vind je acceptabel?
Wacht je met die vragen tot oktober 2027, dan heb je uiteindelijk weinig keuze meer.
Begin je er nu mee, dan kun je testen, vergelijken en eventueel gefaseerd migreren. Op jouw tempo en op basis van je eigen businesscase.
Dat is wat ons betreft regie over IT.
Draait jouw organisatie nog op VMware vSphere 8 en wil je weten wat de verschillende scenario’s betekenen voor kosten, infrastructuur en beheer? Neem gerust contact met ons op. We kijken liever eerst naar wat bij jouw omgeving past dan dat we vooraf bepalen welk product eruit moet komen.
Want baas zijn over je eigen data begint met zelf kunnen kiezen waar die data op draait.